Koninklijk of niet?
Bij jubilerende ijsclubs bestaat nog wel eens onduidelijkheid of ze de toevoeging “Koninklijk” voor de naam van de ijsvereniging mogen zetten op het moment dat de club jubileert en een Koninklijke Erepenning ontvangt.
Een Koninklijke Erepenning is een onderscheiding voor verenigingen en instellingen die tenminste 50 jaar (of een volgend meervoud van 25 jaar) bestaan.
Zo’n Koninklijke Erepenning betekent echter niet dat de vereniging voortaan als Koninklijke IJsclub door het leven kan gaan. Een vereniging, stichting of onderneming kan het predikaat Koninklijk voeren als de Koningin dat predikaat toekent en dat gebeurt alleen in zeer bijzonder gevallen.
Het predikaat Koninklijk kan worden verleend voor bewezen kwaliteit, soliditeit en continuïteit. Echter als de overkoepelende bond, in dit geval de KNSB, al het predikaat Koninklijk bezit, kan een vereniging van die bond geen “Koninklijk”-predikaat meer krijgen.
Waarom dan de Vereniging De Friesche Elf Steden wel, zoals in januari is gebeurd? Om de doodeenvoudige reden dat deze vereniging niet bij de KNSB is aangesloten.
De KNSB heeft overigens drie Koninklijke Verenigingen onder haar ijsclubs. Verenigingen die ouder zijn dan de bond zelf. Het zijn: Koninklijke IJsvereniging Thialf, Koninklijke Vereniging De IJsclub uit Leeuwarden (inmiddels opgeheven) en Koninklijke IJsclub Dockum. De KNSB zelf kreeg het predikaat Koninklijk bij haar 40-jarig bestaan, op 17 september 1922.
|